Quickmenu

Lees voor

Geschiedenis

< terugHome / Historie / Geschiedenis

Waar al meer dan duizend jaren
In de zee een heuvel stond
Rustig in de woênde baren
Daar is mijn geboortegrond


Dit is het begin van het Urker volkslied. Meer dan duizend jaar werd Urk omringd door water. Deze binnenzee veranderde regelmatig van naam. Zo heette het Flevomeer, Almare, later Zuiderzee en nu IJsselmeer. Urk, een oude keileembult in de voormalige Zuiderzee.

 


* Urk meer dan 1000 jaar
Oude landkaart
Het is meer dan 1000 jaar geleden als voor het eerst over Urk geschreven wordt. Uit bodemonderzoek van de Zuiderzee en historische gegevens blijkt dat het water bij Urk toen zoet moet zijn geweest. Urk wordt in 966 voor het eerst in oorkonden vermeld als "een eiland in het Almare" en hoorde bij de gouw Salland. In deze oorkonden, wordt meegedeeld dat Keizer Otto de Grote één helft van Urk aan het Pantaleonsklooster in Keulen geeft en de andere helft aan de St. Vitusabdij in Hoog-Elten.

Het eiland was ongeveer 80 hectare groot en bestond uit een hoge keileembult, de berg en een weiland. Op de berg die 12 hectare was, stonden woningen, kerken, de vuurtoren en andere gebouwen. Het laaggelegen weiland overstroomde voor de inpoldering regelmatig. Nu is dit deel ook bebouwd.


* Naamsverklaring
Fontein Orca
Voor de naam van het eiland bestaat geen sluitende verklaring. Taalkundig staat Urk naast Ork, wat onder meer inhoudt: onhandelbaar, koppig, onverzettelijk. Deze begrippen passen in beeldende zin heel goed bij een uit het water oprijzende hoogte, gelijk een rots. Zo lijkt het begrip hoogte, dat wel als mogelijke betekenis is genoemd, een goede gissing te zijn.

Daarnaast is Urk als eiland ongetwijfeld steeds een toevluchtsoord geweest. De genoemde betekenissen van ork kunnen overigens tevens karakteristiek zijn voor sommige wateren, wat een verklaring kan zijn voor diverse ork-achtige riviernamen.


* Het wapen van Urk
Wapen van Urk
Wapen
Aan de gemeente Urk is bij Koninklijk Besluit van 26 november 1819 een wapen verleend. De beschrijving op het wapendiploma luidt: "Zijnde van lazuur, beladen met een schelvis in zijne natuurlijke kleur".

 

Symboliek
De kleur lazuur, ook wel aangeduid als ultramarijn, is de mooiste kleur onder de verfstoffen. De sterke binding die de vissersgemeenschap met de zee heeft wordt door de blauwe kleur tot uitdrukking gebracht.

Het feit dat Urk van oudsher een vissersgemeenschap is wordt uitgedrukt in de schelvis. Deze heeft van nature de volgende kleuren: de rug is donker groenbruin, de flanken zilverwit en de buik wit. Verder is de vis herkenbaar aan de kindraad. De huidige heraldische eis verbiedt echter in een wapen het gebruik van metaal op metaal evenals kleur op kleur. Op voorstel van de Hoge Raad van Adel wordt sinds 1955 de schelvis in zilver afgebeeld.


* Het Urker dialect
In een groot deel van Nederland platteland wordt dialect gesproken. Zo ook op Urk. Maar terwijl de dialecten op het platteland in elkaar overvloeien vormt Urkers in figuurlijke zin een eiland. Het Urker dialect wordt alleen op Urk gesproken en is nauwelijks verwant aan andere dialecten. Dit kan verklaard worden uit het isolement van de bewoners. De Urker bevolking spreekt dan ook van 'Ik kom van Urk' of 'Ik woon op Urk' in plaats van 'Ik kom uit Urk' of 'Ik woon in Urk'.

Over de geschiedenis van het Urker dialect is weinig bekend. De oudst bewaard gebleven teksten die in het Urkers zijn geschreven dateren van omstreeks 1870. Eén ervan betreft het verhaal over de gelijkenis van de verloren zoon dat uit de Bijbel was overgenomen. Het Urker dialect zelf is natuurlijk al veel ouder. Er zijn taalkundige onderzoeken gedaan naar het Urker dialect. In 1874 en 1875 werd er voor het eerst gepubliceerd over het dialect. Na enkele artikelen van de Urker onderwijzer Klaas Koffeman volgden meer onderzoeken. Vooral naar specifieke woorden die alleen in het Urkers voorkomen, bijvoorbeeld; taote (vader), mimme (moeder), buie (vriend) en poesen (zoenen).

Het Urkers klinkt uniek. Het dialect kent 10 vocalen - (samengestelde) klinkers - die in een korte en een lange vorm voorkomen. Dit verschil in lengte is bepalend voor de betekenis van een woord.

Enkele typische Urker uitdrukkingen zijn:


- Je moeten de skapen skeren nor se wolle eawen
  Je moet de schapen scheren naar ze wol hebben
- Drie keer zal kabel ouwen
  Drie keer zal de kabel houden
- Een gewoente wort wet
  Een gewoonte wordt wet
- Je moeten niet alle soorten nor je eagen skatten
  Je moet niet alle soorten naar je eigen schatten
- Geborsten kommetjes stoon et langste in et blad
  Gebarsten kommetjes staan het langst op het blad

 

Net als in het Nederlands vinden er aanpassingen plaats in het Urker dialect. Engelse woorden bijvoorbeeld, worden door de Urkers eigen gemaakt en op een eigen manier uitgesproken. Het dialect past zich ook aan naar de tijd waarin we leven, 100 jaar geleden werd er anders gesproken dan nu. Meer informatie over het Urker dialect is te vinden op: http://www.dialectkring.opurk.nl


* Gemeentevlag
Gemeentevlag
In 1964 is door de stichting voor Banistiek en Heraldiek in Muiderberg een ontwerp gemaakt voor een gemeentevlag. De omschrijving van de vlag luidt: "blauw met een witte schelvis, langs de bovenzijde van de vlag een smalle, in twee horizontale banen van rood en wit verdeelde zoom en langs de onderzijde van de vlag een smalle, in twee horizontale banen van rood en wit verdeelde zoom, de zomen met een hoogte van elk 1/6 van de totale vlaghoogte". Dit ontwerp is in 1965 door de gemeenteraad vastgesteld.

 


* Eiland af
Luchtfoto Urk
Als op 28 mei 1932 de Afsluitdijk gesloten wordt, houdt de Zuiderzee op te bestaan en wordt na vele eeuwen het water bij Urk langzamerhand weer zoet. In de eerste zomers na de afsluiting van de Zuiderzee verschenen er op en bij de Afsluitdijk onafzienbare zwermen muggen, zo dicht dat auto's er voor moesten stoppen. Ook op Urk kwamen de muggen. Het water in de regenbakken, voor velen nog het enige drinkwater, werd ernstig verontreinigd door de larven. De muggen werden gevolgd door een massa grote spinnen die jacht maakten op de muggen. Er was toen sprake van een plaag. Door het uitzetten van karpers in het IJsselmeer, die de muggenlarven opaten, wilde men de muggen- en spinnenoverlast bestrijden. Op den duur werden de plagen minder, maar helemaal overgegaan is het nooit.

Op 2 februari 1936 werd begonnen met de voorbereidende werkzaamheden voor het droogleggen van de Noordoostpolder in het IJsselmeer. Een jaar later werd de aanbesteding gedaan voor de bouw van de dijken, met een totale lengte van 31,5 km. Het dijkvak tussen Urk en Lemmer werd op 3 oktober 1939 gesloten. Urk was niet langer een eiland. In 1942 valt het nieuwe land droog en in 1948 is de eerste wegverbinding met de "vaste wal" een feit. Overigens was Noordoostpolder niet de oorspronkelijke naam voor de polder. Er waren ook andere namen in omloop. Verschillende namen verwezen naar Urk en zowel in 1942 als in 1944 werd de naam Urkerland officieel vastgesteld. Pas in 1948 werd besloten tot de huidige naam.


* Eigenaren van Urk
wapen boven de ingang van het kerkje aan de zee
Sinds de dertiende eeuw lieten de graven van Holland rechten op Urk gelden. De kloosters hadden het eiland niet meer in eigendom, Urk had nieuwe heren gekregen. Later zou het eiland nog een aantal keren, al dan niet rechtmatig, van eigenaar wisselen. Urk was een adellijk bezit, totdat Amsterdam het kreeg in het jaar 1660. Deze stad had belangstelling voor Urk vanwege zijn ligging aan de drukke scheepvaartroute over de toenmalige Zuiderzee. Het was de Amsterdamse burgemeester Gerrit Jacob Witsen die op Urk een vuurboet liet bouwen. Dit is een stellage waarop een strovuur als baken brandde. Op 1 september van het jaar 1615 werd de vuurboet voor de eerste keer ontstoken. De concurrentie tussen de toenmalige handelssteden aan de Zuiderzee was groot; Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik hadden behoefte aan veilige en gebruikszekere vaarroutes. Met de Urker vuurboet verstevigde Amsterdam haar positie. Het eiland en zijn bevolking hebben veel aan Amsterdam te danken. In deze stad werd in 1710 een grote loterij gehouden om op Urk een goede zeewering aan te leggen. Door afkalving van het eiland moest de vuurboet steeds worden verplaatst. Maar ook de berg bleek niet veilig, want ondanks de oeververdediging met keien uit de keileemgronden kalfde de berg af en na de beruchte stormramp van 1825 eindigde de berg vlak voor de vuurboet bijna loodrecht in zee. Op 4 april 1792 gaf de stad Amsterdam de heerlijkheid Urk terug aan de leenheren van de Staten van Holland. In 1814 werd Urk een Noordhollandse gemeente. Bij Koninklijk Besluit van 22 juli 1825 kreeg schout Lambertus Hunnink de titel van burgemeester. Na de ontwikkeling van de Noordoostpolder hoorde Urk vanaf 1950 tot de provincie Overijssel. Op 1 januari 1986 is Urk onderdeel geworden van de nieuwe provincie Flevoland.