Quickmenu

Lees voor

Verordeningen / Beleidsnota

Financiële verordening

Gegevens van de regeling
Overheidsorganisatie :
Gemeente Urk
Officiële naam regeling :
Financiële verordening gemeente Urk 2006
Citeertitel :
Financiële verordening gemeente Urk 2006
Versie :
1
Vastgesteld door :
gemeenteraad
Onderwerp :
financiën en economie
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum inwerkingtreding :
01-01-2006
Terugwerkende kracht t/m :
n.v.t.
Datum uitwerkingtreding :
n.v.t.
Betreft :
Nieuwe regeling
Datum ondertekening :
29-03-2006
Bron bekendmaking :
Het Urkerland (5 april 2007)
Kenmerk voorstel :
2006 / 1231
Versie :
1
Datum inwerkingtreding :
01-01-2006
Terugwerkende kracht t/m :
n.v.t.
Datum uitwerkingtreding :
n.v.t.
Betreft :
Nieuwe regeling
Datum ondertekening :
29-03-2006
Bron bekendmaking :
Het Urkerland (5 april 2007)
Kenmerk voorstel :
2006 / 1231
Tekst van de regeling

                                         Financiële verordening

Verordening ex artikel 212 Gemeentewet (Financiële verordening gemeente Urk)

De raad van de gemeente Urk besluit,

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk, d.d. 1 maart 2007

Gezien het advies van commissie 1 van 10 april 2007

Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,

vast te stellen:

De verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Urk.


 

Hoofdstuk Inleidende bepalingen
Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. afdeling:
iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.

b. administratie:
het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Urk en ten behoeven van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

Hoofdstuk Begroting en verantwoording
Artikel 2. Programma-indeling
1

De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de komende raadperiode vast.

Artikel 3. Inrichting en begroting en jaarstukken
1

Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming ingedeeld naar programma´s en bij het jaarverslag wordt een overzicht gegeven van de productenrealisatie ingedeeld naar programma´s.

2

Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.

3

In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.

Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen
1

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen.

2

Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

3

Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt dit door het college in de eerstvolgende raadsvergadering aan de raad gemeld. Het college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid.

4

Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor.

Artikel 5. Tussentijdse rapportage
1

Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste zes en de eerste negen maanden van het begrotingsjaar.

2

De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:

a. de baten en lasten per programma;

b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;

c. het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en b;

d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;

e. het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede een realisatie en raming van de productenrealisatie en de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

 

3

In de tussenrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 10.000 toegelicht.

Hoofdstuk Financieel beleid
Artikel 6. Waardering en afschrijving vaste activa
1

Het college legt in een nota waardering en afschrijving vaste activa de regels vast, die zij hanteert voor de waardering en afschrijving van vaste activa. Deze nota wordt opgesteld met inachtneming van de artikelen 59 t/m 65 BBV.

2

Het college brengt de in lid 1 genoemde nota en het wijzigen er van ter kennisname van de raad. De nota waardering en afschrijving maakt deel uit van deze verordening.

3

Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, als bedoeld in artikel 35 van het BBV worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van: waterwegen; waterbouwkundige werken; bruggen; viaducten; tunnels; verkeersregelinstallaties; openbare verlichting; straatmeubilair; reconstructie openbare ruimte; parken en overig openbaar groen.

Artikel 7. Kostprijsberekening
1

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.

2

Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en voor rioolrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.

3

De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij de begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en de voorzieningen.

Artikel 8. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
1

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de diverse belastingen, rechten en heffingen.

2

Het college biedt eens in de vier jaar de raad een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de verhuur en verkoop van onroerende goederen en in het bijzonder de prijzen voor de uitgifte van gronden en erfpachtcanons. De raad stelt de nota vast.

3

Het college biedt eens in de vier jaar de raad een nota aan met de kaders voor de prijzen van gemeentelijke diensten anders dan genoemd in het tweede lid. De raad stelt de nota vast.

4

De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden.

Artikel 9. Financieringsfunctie
1

Het college neemt bij de uitoefening van de financieringsfunctie de regels in acht, welke in de Wet Fido, het door uw raad vastgestelde treasurystatuut en in het BBV zijn opgenomen.

2

Het college biedt wijzigen ervan ter behandeling en vaststelling aan de raad. Het treasurystatuut maakt deel uit van deze verordening.

Hoofdstuk Financieel beheer en interne controle
Artikel 10. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is voor:

a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen;

b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden, contracten, etc;

c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

e. het verschaffen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 11. Interne controle

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheersbehandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk Financiële organisatie
Artikel 13. Financiële organisatie
1

Het college zorgt voor en legt vast:

a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;

b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;

c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

d. de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

e. De kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productraming en de productrealisatie.

 

Hoofdstuk Slotbepalingen
Artikel 14. Inwerkingtreding
1

Deze verordening treedt in werking met ingang van het begrotingsjaar 2006. De stukken voor dit begrotingsjaar en latere begrotingsjaren voldoen aan de bepalingen van deze verordening.

2

Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de naam "Financiële verordening gemeente Urk 2006".

Sluiting

Urk, 26 april 2007,

De raad van de gemeente Urk


de griffier,                                                        de burgemeester,